Arie de Groot

Arie de Groot (1937) bracht eind jaren vijftig een maand of drie door op de Academie voor Beeldende Kunst in Rotterdam. Zijn materiaalgebruik en wijze van verbeelding sloten niet aan bij de, naar zijn zeggen, technische en gedicteerde manier van werken op de academie. Pas in 1964 besloot hij de beeldende kunst niet voorgoed de rug toe te keren. Hij meldde zich aan bij Ateliers ’63 in Haarlem. Sindsdien heeft hij, wars van opeenvolgende trends, een volkomen eigen idioom ontwikkeld.

Opvallend voor zijn werk zijn de eenvoud in vorm en compositie, de terughoudende kleurstellingen en een repetitieve, vaak gridachtige, structuur. De Groot refereert graag aan (niet-Westerse) volkskunst. Hij heeft als hij begint aan een werk geen strak omlijnt plan. Zijn tekeningen en schilderijen zijn het gevolg van wat hij zelf ‘gezocht toeval’ noemt.

Zonder titel (ruiten), 1988

Kijk ook op